In samenwerking met fysio praktijk Joosten zullen we een aantal onderwerpen behandelen om blessures te voorkomen en te behandelen.

In het menu rechts zie je een overzicht van de verschillende onderwerpen. Ook in het clubblad "Bounce Back" zullen we artikelen plaatsen.

Praktijk Joosten is een fysiotherapie praktijk in Waddinxveen met een grote verscheidenheid aan specialisaties.

Irma Slingerland is sportfysiotherapeut in opleiding. Net begonnen in haar tweede jaar en enthousiast om alle sportblessures aan te pakken. In haar vrije tijd voetbalt ze graag.


Milou Kuijer is in februari afgestudeerd en algemeen fysiotherapeut. Zelf actief als volleybalster en geeft daar training aan meisjes B.
Samen dragen wij zorg voor verschillende sportclubs in Waddinxveen.

Sinds oktober vorig seizoen begeleidde Milou op donderdagavond zowel dames 1 als de jongens onder de 18 bij het voorkomen en behandelen van blessures. Er werden stabiliteitsoefeningen gegeven en daarnaast kon iedereen terecht voor tips of met vragen.
Het komende jaar gaan we meer teams van de vereniging begeleiden. We kunnen helaas niet bij elk team aanwezig zijn, mocht je niet in een van teams zitten, maar wel vragen of blessures hebben, kom dan gerust eens binnen op de training om het te bespreken. Op donderdag van 19.30 tot 20.30 is Milou aanwezig in de Windwijzer. Ook kan je terecht bij Irma op het sportspreekuur. Dit is op dinsdag van 16.30 tot 17.00 in de praktijk in Waddinxveen.

In de loop van het jaar zullen we jullie via de nieuwsbrief informatie geven over veel voorkomende blessures met tips en oefeningen om dit te voorkomen.

Heb je andere klachten en een fysiotherapeut nodig, bij ons kan je o.a. terecht voor: Manuele therapie, handtherapie, kinderfysiotherapie, bekkenfysiotherapie, long/hart problematiek, oncologische revalidatie, oedeemfysiotherapie en kaakfysiotherapie.

Voor meer informatie kan je bellen of mailen. Daarnaast kan je ons ook volgen op twitter of facebook.
Praktijk Joosten
Limaweg 55g
2743CC Waddinxveen
Telefoonnummer: 0182-618022
E-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Website: www.praktijkjoosten.com
www.facebook.com/PraktijkJoosten
twitter.com/PraktijkJoosten

 


 

 

Een goede core stability is een voorwaarde om goed te kunnen bewegen!
Core stability, ook wel rompstabiliteit genoemd, is de mate waarin de romp in balans is tijdens het bewegen. De buikspieren, rugspieren, bilspieren, de spieren van de bekkenbodem in combinatie met de heupspieren en het middenrif zorgen samen voor de stabiliteit van de romp.

We kunnen de functie van de spieren in 3 groepen indelen:
1. De klein, lokale stabilisatoren. Deze liggen diep in de romp, vlak op het gewricht. Zij zorgen ervoor dat een gewricht stabiel is wanneer er bewogen wordt. Een voorbeeld hiervan is de diepe dwarse buikspier (Transverse abdominus), zie figuur 1.
2. De globale stabilisatoren. Deze liggen iets oppervlakkiger en zorgen voor de afremming van de beweging. Een voorbeeld hiervan is de schuine buikspier(external oblique en internal oblique), zie figuur 1.
3. De globale mobilisatoren. Dit zijn de spieren die oppervlakkig liggen. Ze zijn groot en krachtig en zorgen voor de beweging. Een voorbeeld hiervan is de rechte buikspier(rectus abdominis), zie figuur 1.


Waarom is een goede core stability zo belangrijk?
Wanneer de core stability niet goed ontwikkeld is bestaat er een verhoogde kans op blessures. Dit kan zowel in de lage als in de lede maten zijn. Uit onderzoek is gebleken dat er meer kans op schouderklachten is, wanneer de rompstabiliteit verminderd is. Ook is de kans groter om bijvoorbeeld door je enkel te gaan. Wanneer de romp stabiel is, hoeven de armen en benen minder hard te werken om de stabiliteit en kracht te kunnen leveren, die er van hen gevraagd wordt. Probeer maar eens een bal te scoren, terwijl je de buik- en rugspieren niet aanspant. Vergelijk dit met een bal scoren terwijl je actief je buikspieren aangespannen houdt. Je zult merken dat de stabiliteit van de romp de kracht van armen en benen ten goede komt.
Wanneer je een been optilt, span je de bovenbeenspier aan. Deze zit echter weer aan je romp vast. De romp moet dus ook aanspannen om stabiel te blijven. Dit geldt hetzelfde voor de arm.
Hoe stabieler de basis en hoe beter de spieren samenwerken, hoe minder er gecompenseerd hoeft te worden door de rest van het lichaam. Wanneer de armen en benen niet meer hoeven te compenseren, kan je de stabiliteit die de armen en benen nu hebben gebruiken om de prestaties te verbeteren. Nog harder gooien of slaan of nog beter mikken op de basket, de korf of de hoek van het doel.

Hoe kan je dit trainen?
De basis van rompstabiliteit begint bij de kleine, lokale stabilisatoren. Wanneer je deze goed ontwikkeld hebt, zullen ze automatisch aanspannen tijdens het bewegen.
Je kan de training opstarten door in het begin heel specifiek aan te spannen om de buikspier daarna in een oefening te gaan gebruiken.

Goede oefeningen om de stabiliteit te trainen zijn:

Het bruggetje:
Uitgangshouding: Ruglig, knieën gebogen, voeten op de grond.
Uitvoering: Ontspan de billen en span de buikspieren aan door de navel licht in te trekken. Til daarna de billen van de grond.
Voor stabiliteit: start met 10 sec. en breid stapsgewijs uit door vaak te trainen naar 1 min. (Uitbreiden kan wanneer je ziet dat de oefening makkelijk gaat, vloeiende beweging, weinig trillen etc.)


Steunlig
Uitgangshouding: Steun op de onderarmen en de tenen.
Uitvoering: Hou het lichaam stabiel en recht als een plank. Let op dat de billen in het verlengde zijn van de buik en niet naar boven of beneden uitsteken.
Voor stabiliteit: Begin met 10 sec. en breid uit naar 1 min.


Tot slot
Bij praktijk Joosten besteden we als fysiotherapeut veel aandacht aan rompstabiliteit. Het is een belangrijk onderdeel van de algehele conditie en een voorwaarde om een goede sportprestatie te leveren. Wanneer de rompstabiliteit niet goed is, uit dit zich vaak in lage rugklachten. We hebben daarom een oefenprogramma ‘Actief met rugklachten’, we gaan langs de bij de basketbal, de volleybal, de korfbal en de handbal om stabiliteitstraining te geven en tijdens de individuele behandeling leren we mensen specifiek de diepe schuine buikspier aan te spannen.
Voor al het trainen geldt wel: use it, or lose it. Ons advies is dan ook: Zorg dat je tijdens de zomerstop voldoende getraind blijft om weer fit het nieuwe seizoen in te gaan!


 

 

De springersknie, misschien beter bekend als de jumpers knee, is een veelvoorkomende en lastig te behandelen blessure van de patellapees (rood aangegeven in de afbeelding). Deze blessure komt zowel bij amateurs als professionals in de leeftijdsgroep 18-40 jaar veel voor. En dan vooral bij sporten waar veel wordt gesprongen zoals bij volleybal en basketbal. De blessure kan langdurig van aard zijn.

De exacte oorzaak van de springers knie is nog niet duidelijk. Een aantal aspecten lijkt een duidelijke rol te spelen; aanleg, overbelasting en een verstoorde balans in het spier-peescomplex van het bovenbeen. Hierbij zijn met name sprong en landingsbewegingen erg belangrijk. Wanneer deze bewegingen niet goed gecoördineerd worden kan dit een verhoogde belasting veroorzaken in de patellapees. Wanneer dit te vaak gebeurd kan er een overbelasting ontstaan. Naast de genoemde factoren bestaan er nog meer risicofactoren voor het ontwikkelen van een springer knie (zie tabel).

Risicofactoren springers knie:
Overbelasting
Trainingsfrequentie
Duur van de training
Extra krachttraining
Harde ondergrond
Aanleg
Geslacht
Soepelheid van bovenbeenspieren
Verminderde rompstabiliteit
Lengte en gewicht
Statiek van de heupen
Standsafwijking van de knie en voet
Afgenomen kracht van de kuit, bovenbeen en bilspieren

Bij de springersknie is geen sprake van een peesontsteking maar van een gestoord herstelproces. Door de overbelasting is er sprake van herhaalde microtraumata in de patellapees waardoor deze verzwakt.

Symptomen:
Sporters met een springersknie hebben pijn aan de onderzijde van de knieschijf die toeneemt bij springen, sprinten en landen. De pijnlijke plek is vaak nauwkeurig aan te wijzen met één vinger. De klachten zijn vaak geleidelijk ontstaan in een periode waarin meer of langer getraind is.
In het beginstadium verdwijnen de klachten tijdens de warming-up. Er zijn dan klachten na het sporten en in de ochtend (stijfheid). Sporters gaan ondanks de klachten vaak door met trainen zonder advies en/of hulp te vragen. Wanneer zij doorsporten zal de pijn geleidelijk toenemen en ook tijdens het sporten aanwezig blijven. Uiteindelijk kan er zelfs pijn aanwezig zijn tijdens dagelijkse activiteiten en in rust. Vaak wordt pas op dit moment hulp gezocht en zijn de klachten al langdurig aanwezig.

Behandeling:
Bij deze blessure gaat het om een beschadiging van een pees, de patellapees. Het herstel van een pees duurt langer dan het herstel van een spier. In een pees is de doorbloeding namelijk minder goed dan in een spier. Hierdoor zal de herstelperiode van deze blessure over het algemeen langer zijn dan bij een spierblessure.
De training zal aangepast moeten worden waardoor de patellapees minder zwaar belast wordt. De patellapees zal uiteindelijk sterker gemaakt moeten worden zodat deze de belasting van de trainingen aankan zonder pijnklachten. De belasting kan verhoogd worden door middel van oefeningen waarbij de spier en pees op een verlengende manier belast worden. De pijn mag tijdens deze oefeningen niet toenemen.
Volledige rust zal er voor zorgen dat de patellapees verder verzwakt en er zal dus altijd geprobeerd worden om op een aangepaste manier te trainen.
Een andere manier van behandelen, die effectief is gebleken bij deze klachten, is shockwave therapie. Bij deze behandelmethoden worden er schokgolven toegediend waardoor de verhardingen in de pees minder worden en de doorbloeding kan verbeteren. De pees wordt opnieuw aangezet tot herstel. Bij Praktijk Joosten wordt deze behandelmethode aangeboden. Hierbij zal eerst een echo gemaakt worden waardoor de exacte locatie en het stadium van de blessure bekend wordt en besloten kan worden of shockwave therapie geïndiceerd is of niet.

In de sportwereld is het patellabandje ook zeer bekend. Dit bandje verdeeld de druk die op de patellapees terecht komt tijdens het sporten. Hierdoor worden de pijnklachten minder. Dit is echter een tijdelijke oplossing. De pees wordt hierdoor niet versterkt waardoor de klachten aanwezig zullen blijven of terug zullen komen. Het patellabandje kan dus tijdelijk gebruikt worden maar zal niet voor het herstel zorgen van de blessure.

Oefeningen:
Het is erg belangrijk dat zowel de hamstrings als de bovenbeenspieren soepel zijn. Deze moeten dus goed gerekt worden.
De rekoefeningen dienen zo vaak als mogelijk herhaald te worden gedurende de hele dag en houd de oefening dan minimaal 30 seconden vast.

Om de patellapees weer te versterken zijn andere oefeningen nodig. Het is aan te raden om deze oefeningen onder begeleiding van een fysiotherapeut te doen. Wanneer deze namelijk verkeerd uitgevoerd worden zal het juist een averechts effect geven.

De basketballbond heeft ook een onderzoek lopen. Als je last hebt van een jumpersknee click dan op http://www.basketball.nl/algemeen/nieuws/nieuws/!/3671/helpmeemetonderzoeknaarjumpersknee